Overzicht

De VOF en de positie van de vennoten

De VOF en de positie van de vennoten

De vennootschap onder firma (VOF) is een bedrijfsvorm waarbij minimaal twee personen samenwerken onder één gemeenschappelijke naam. De vennoten zijn mede-eigenaren van het bedrijf. De VOF heeft een afgescheiden vermogen, wat betekent dat het vermogen van de VOF losstaat van het vermogen van de individuele vennoten. Wel zijn de vennoten hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de VOF. Hierdoor kunnen schuldeisers van een VOF zich verhalen op het vermogen van de VOF én op het privévermogen van de vennoten. Wat betekent dat voor de positie van de vennoten in een WHOA-traject?

Meld u aan om de volledige video te bekijken!

Bekijk volledige video

Gelukt!

je wordt automatisch doorverwezen naar de video

Oeps! Er is iets misgegaan bij het versturen van dit formulier.
De VOF en de positie van de vennoten

De VOF is zoals hiervoor omschreven een bedrijfsvorm waarbij twee of meer personen samenwerken onder een gemeenschappelijke naam. De VOF is dus een duurzaam samenwerkingsverband en geen rechtspersoon. Dat betekent dat de VOF geen ‘zelfstandig drager’ van rechten en verplichtingen is. Als een overeenkomst wordt gesloten met de VOF, dan wordt die overeenkomst gezien als een overeenkomst met de gezamenlijke vennoten in hun hoedanigheid van vennoot.

De VOF heeft wel een afgescheiden vermogen. Het vermogen van de VOF is dus afgescheiden van dat van haar vennoten. Dat houdt in dat schuldeisers van de VOF twee soorten vorderingsrechten hebben: 1) een vorderingsrecht op het afgescheiden vermogen (het vermogen van de VOF) en 2) een vorderingsrecht jegens de vennoten persoonlijk.

De positie van de vennoten bij een WHOA-akkoord

We hebben zojuist gezien dat schuldeisers van een VOF twee soorten vorderingen hebben: een vordering op het afgescheiden vermogen van de VOF en een vordering op de vennoten persoonlijk. Wat betekent dat voor de positie van de vennoten bij een WHOA-akkoord?

Als een WHOA-akkoord wordt aangeboden door de gezamenlijke vennoten in hun hoedanigheid van vennoten van de VOF aan de schuldeisers, raakt dat akkoord in principe enkel het afgescheiden vermogen van de VOF. Als dan tot een akkoord wordt gekomen met de schuldeisers, waarbij er na uitvoering van het akkoord finale kwijting wordt verleend (aan de VOF), dan leidt dat er niet toe dat de schuldeiser ook kwijting verleent voor het vorderingsrecht dat hij heeft op de vennoten in privé.

Sanering van de VOF leidt dus niet automatisch voor de oplossing van de privéaansprakelijkheid voor de schulden van de VOF van de vennoten. Een vennoot staat na een geslaagd WHOA-akkoord voor de VOF dus nog steeds met zijn privévermogen in voor het gedeelte dat niet op het afgescheiden VOF-vermogen wordt verhaald.

Er zijn 2 manieren om de privéaansprakelijkheid van de vennoten ‘mee te nemen’ in het WHOA-akkoord:

1. Door het WHOA-akkoord (mede) namens hen aan te bieden: op die manier wordt ook de vordering van de vennoten rechtstreeks mee-gesaneerd;

2. Door middel van kwijting via een zogenoemd derdenbeding.

Het derdenbeding

In een zaak die speelde bij de rechtbank Oost-Brabant eind 2022, speelde deze kwestie. In die zaak ging het om een VOF dat een restaurant exploiteerde. De VOF heeft in augustus 2022 een akkoord voorgelegd aan haar schuldeisers. Over dat akkoord is gestemd en het WHOA-akkoord is vervolgens door de schuldeisers aangenomen. De VOF heeft vervolgens aan de rechtbank gevraagd het akkoord goed te keuren (te homologeren).

Het akkoord betrof een overeenkomst tussen de gezamenlijke vennoten in hun hoedanigheid van vennoten en de schuldeisers van de VOF. Het akkoord wordt dus namens de VOF door de gezamenlijke vennoten aangeboden. De rechtbank heeft het zo geïnterpreteerd dat het akkoord niet óók door de vennoten in privé werd aangeboden.

In het akkoord is echter wel een oplossing opgenomen voor de privéaansprakelijkheid van de vennoten: een derdenbeding. In het akkoord is opgenomen dat na uitvoering van het akkoord finale kwijting wordt verleend aan zowel de VOF (de gezamenlijke vennoten in hun hoedanigheid van vennoten) als de vennoten in privé.

Conclusie

Bij een VOF is het van belang om de positie van de vennoten goed in acht te houden, zeker bij het aanbieden van een WHOA-akkoord. Privéaansprakelijkheid – ook na de zakelijke sanering – voor de vennoten ligt namelijk op de loer. Een relatief simpele toevoeging kan dan uitkomst bieden. Door het opnemen van een derdenbeding (waarbij de afspraak is dat ook finale kwijting wordt verleend aan de vennoten in privé), kan voorkomen worden dat vennoten in privé blijven zitten met de (rest)schuld.