Overzicht

Rechtbank wijst afkoelingsperiode toe

Rechtbank wijst afkoelingsperiode toe

De onderneming in deze zaak is financieel in de problemen gekomen door de coronacrisis. Doordat de activiteiten ruim een half jaar hebben stilgelegen, zijn er betalingsachterstanden ontstaan bij de belastingdienst, opleiders van het personeel, het pensioenfonds en de leasemaatschappij waarbij de werkbussen worden geleaset. De onderneming houdt er rekening mee dat de leasemaatschappij haar werkbussen zal opeisen en dat het pensioenfonds haar faillissement zal verzoeken. Deze scenario’s zouden de poging tot herstructurering doorkruisen en het einde van de onderneming betekenen. De onderneming vraagt daarom om een afkoelingsperiode om zich tegen deze en/of andere incassomaatregelen te beschermen terwijl zij werkt aan het aanbieden van een akkoord.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Genomen herstructureringsmaatregelen

In de periode dat de werkzaamheden van de onderneming stillagen, heeft de onderneming meerdere herstructureringsmaatregelen doorgevoerd. De werknemers hebben opleidingen gevolgd, waardoor zij breder en tegen een hoger tarief inzetbaar zijn. Ook heeft de onderneming meerdere opdrachtgevers aan zich weten te binden, waardoor zij niet meer afhankelijk is van een enkele opdrachtgever. Daarnaast is de onderneming afgeslankt van 25 naar 8 werknemers. De onderneming is in de kern levensvatbaar, maar gaat gebukt onder een te hoge schuldenlast. Vandaar dat de onderneming haar schuldenlast wil saneren door het aanbieden van een onderhands akkoord.

De afkoelingsperiode

Om in aanmerking te komen voor de afkoelingsperiode moet aan enkele vereisten worden voldaan. Als er geen herstructureringsdeskundige is benoemd, is vereist dat het akkoord is aangeboden of dat dit binnen 2 maanden zal gebeuren. Inmiddels is de onderneming samen met drie gespecialiseerde adviseurs begonnen met het voorbereiden van het akkoord. De verwachting is dat het voortraject op 1 oktober 2021 is afgerond en het akkoord daarna aangeboden kan worden aan de schuldeisers. De onderneming heeft hiermee toegezegd het akkoord binnen 2 maanden aan te bieden.

Een ander vereiste is dat een afkoelingsperiode noodzakelijk moet zijn om de onderneming te kunnen blijven voortzetten tijdens de voorbereidingen en onderhandelingen over het akkoord. Aangezien incassomaatregelen van de leasemaatschappij, het pensioenfonds of andere partijen het einde van de onderneming zouden betekenen, is de noodzaak van de afkoelingsperiode helder.

Tot slot moeten de belangen van gezamenlijke schuldeisers met een afkoelingsperiode gediend zijn en individuele schuldeisers niet in hun belangen worden geschaad. Uit de contouren van het akkoord is gebleken dat het akkoord tot een beter resultaat voor de schuldeisers leidt dan in het geval van faillissement. Hiermee valt aan te nemen dat de schuldeisers met het afkondigen van de afkoelingsperiode gediend zijn. Ook blijkt uit de positieve kasstroom dat aan de lopende verplichtingen kan worden voldaan, hiermee valt aan te nemen dat derden niet in hun belangen worden geschaad.

Conclusie

De onderneming voldoet aan alle vereisten van de afkoelingsperiode. De rechtbank heeft dan ook beslist om een afkoelingsperiode voor de periode van 2 maanden af te kondigen. Tijdens deze afkoelingsperiode kunnen derden geen verhaal halen op het vermogen of goederen van de onderneming. Ook worden verzoeken tot surseance van betaling of faillissement geschorst. De onderneming kan hierdoor in alle rust het akkoord verder voorbereiden en aanbieden aan haar schuldeisers.