Overzicht

Eerste WHOA-akkoord gehomologeerd door rechtbank

Eerste WHOA-akkoord gehomologeerd door rechtbank

Er is voor het eerst een akkoord gehomologeerd onder de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA). Op 1 januari 2021 is de WHOA in werking getreden. Deze wet maakt het mogelijk dat een onderneming bij een dreigend faillissement aan haar schuldeisers en aandeelhouders een bindend akkoord kan opleggen. Als de rechtbank het akkoord goedkeurt, geldt het voor alle schuldeisers. Dit betekent dat tegenstemmende schuldeisers door de rechtbank worden gedwongen om mee te werken aan de uitvoering van het akkoord. De rechter zal het akkoord alleen homologeren als deze aan de voorwaarden van de wet voldoet.

Lees de volledige uitspraak hier.

Meld u aan om de volledige video te bekijken!

Bekijk volledige video

Gelukt!

je wordt automatisch doorverwezen naar de video

Oeps! Er is iets misgegaan bij het versturen van dit formulier.

Wat zijn de feiten van deze WHOA-uitspraak?

In een eerder nieuwsbericht hebben wij u al geïnformeerd dat het Haarlemse verhuur- en productiebedrijf JurLights B.V. en haar moederbedrijf JurLights Holding B.V. een WHOA-traject zijn gestart. Voor de coronacrisis was JurLights B.V. een winstgevend bedrijf en verzorgde zij lightshows bij grootschalige evenementen. Als gevolg van het coronavirus en de daarbij horende coronamaatregelen, zijn de bedrijfsactiviteiten van JurLights B.V. stil komen te liggen. Sinds maart 2020 heeft het bedrijf geen omzet, terwijl de kosten blijven doorlopen.

Om de kosten te drukken hebben de verzoekers een reorganisatie doorgevoerd, waarbij onder meer 21 personeelsleden zijn ontslagen, de huur van de bedrijfsruimte is beëindigd, leasecontracten van auto’s en machines zijn beëindigd en verzekeringen zijn aangepast.

Ook hebben verzoekers hun schuldeisers een akkoord aangeboden om van de hoge schuldenlast af te komen, waarbij schuldeisers zijn onderverdeeld in 3 klassen. Het aangeboden akkoord houdt in:

  1. De DGA van verzoekers lost €50.000 af op een openstaande rekening-courant schuld.
  2. De bank is bereid een lening van €350.000 te verstrekken.
  3. Concurrente schuldeisers krijgen tegen finale kwijting 16% van hun vordering uitbetaald.
  4. De Belastingdienst krijgt tegen finale kwijting 21% van haar vordering uitbetaald.
  5. De retentor krijgt €139.000 betaald en 16% van haar restant-vordering.
  6. Verzoekers verzoeken om beëindiging van een lopende huurovereenkomst van 3 printers. De schadevergoeding wordt voor 16% betaald.

De meeste schuldeisers willen aan het akkoord meewerken, maar niet allemaal. Aangezien tenminste 1 klasse heeft ingestemd, heeft het bedrijf de rechtbank gevraagd om het akkoord goed te keuren en de tegenstemmende schuldeisers te dwingen mee te werken.


Wat oordeelt de rechtbank?

In de WHOA is bepaald dat de rechtbank het akkoord goedkeurt, tenzij zich 1 of meer weigeringsgronden voordoen. De rechtbank oordeelt dat er in deze zaak geen reden is om het akkoord af te wijzen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan. Er is voldoende informatie aangeleverd over de financiële situatie, alle schuldeisers zijn op de hoogte gesteld van het akkoord, alle schuldeisers zijn in gelegenheid gebracht om hun stem uit te brengen en schuldeisers zijn op een correctie wijze in klassen onderverdeeld. Ook heeft het bedrijf kunnen bewijzen dat zonder een akkoord een faillissement het enige alternatief is. De verwachting is dat schuldeisers bij een akkoord meer geld zullen ontvangen dan bij een faillissement. Om deze redenen heeft de de rechtbank het akkoord goedgekeurd.

De rechtbank heeft echter wel geoordeeld dat de manier waarop de verzoek zijn ingediend anders had gemoeten. Het uitgangspunt van de WHOA is dat per vennootschap een afzonderlijk akkoord wordt aangeboden. In deze zaak is het akkoord van JurLights B.V. en JurLights Holding B.V. samengevoegd tot 1 akkoord. Hoewel er dus eigenlijk 2 akkoorden hadden moeten worden aangeboden, heeft de rechter hier in dit geval geen gevolgen aan verbonden. De rechtbank vindt het daarbij een belangrijke omstandigheid dat dit het eerste verzoek tot homologatie is dat wordt behandeld en de wet misschien niet 100% duidelijk is.


Conclusie

In deze uitspraak wordt duidelijk dat de rechtbank een akkoord in principe homologeert, tenzij er sprake is van 1 of meer afwijzingsgronden. Voor elke vennootschap dient een afzonderlijk akkoord worden aangeboden, waarbij de vennootschappelijke identiteit en vermogens worden gerespecteerd. Door het aanbieden van afzonderlijke akkoorden is het voor schuldeisers duidelijk dat het om meerdere vennootschappen gaat. Wel kunnen garanties van groepsmaatschappijen in een akkoord worden meegenomen.