Overzicht

Rechtbank Limburg homologeert akkoord en beëindigt huurovereenkomst

Rechtbank Limburg homologeert akkoord en beëindigt huurovereenkomst

De onderneming richt zich op het leveren van kantoorartikelen aan bedrijven. Zij is hard geraakt door de coronacrisis en heeft daarom haar activiteiten moeten beëindigen. De onderneming verzoekt de rechtbank Limburg haar akkoord te homologeren. Eveneens vraagt zij toestemming om een huurovereenkomst te beëindigen.

Lees de volledige uitspraak hier.

Inhoud van het akkoord

De onderneming heeft haar akkoord ingedeeld in vier klassen. Klasse 3 bestaat uit concurrente crediteuren, welke voor 3% van hun vordering in contanten worden voldaan. In deze klasse bevindt zich eveneens schuldeiser Aspen. Zij heeft een vordering op grond van verschuldigde huur en schadevergoeding voortvloeiend uit de eenzijdige opzegging van de huurovereenkomst.

Verzoek tot afwijzing akkoord

Alle klassen hebben met het akkoord ingestemd. Desondanks verzoekt Aspen tot afwijzing van het verzoek tot homologatie van het akkoord en ook van het verzoek tot het verlenen van toestemming voor opzegging van de huurovereenkomst tussen Verzoekster en Aspen.

Aspen beroept zich op de volgende afwijzingsgronden:

  • de besluitvorming rondom het akkoord is onzuiver geweest; of
  • dat summierlijk blijkt dat een schuldeiser op basis van het akkoord slechter af is dan bij faillissement; of
  • dat ten nadele van een klasse de wettelijke of contractuele rangorde niet in acht genomen (absolute priority rule).

Oordeel rechtbank

De rechtbank stelt vast dat (i) sprake is van een toestand dat niet voortgegaan kan worden met betalen, (ii) dat de schuldeisers tijdig en correct in kennis zijn gesteld, (iii) de gegeven informatie toereikend is en de stemming juist is gevoerd, (iv) een correcte onderverdeling in klassen is gemaakt, (v) schuldeisers voor het juiste bedrag tot de stemming zijn toegelaten, (vi) de nakoming van het akkoord voldoende is gewaarborgd, (vii) dat voldaan is aan de ‘best interest of creditors test’ en (viii) dat ook voldaan is aan de ‘absolute priority rule’.

De rechtbank wijst daarom het verzoek tot afwijzing van het akkoord af. Geen van de afwijzingsgronden heeft zich voorgedaan.

Eveneens verleent de rechtbank toestemming voor eenzijdige opzegging van de huurovereenkomst met Aspen. Dit verzoek wordt enkel afgewezen als geen sprake is van een toestand waarin de schuldenaar niet met het betalen van zijn schulden kan voortgaan. De rechtbank heeft echter onder (i) al vastgesteld dat van een dergelijke situatie sprake is.

Conclusie

De rechtbank wijst het homologatieverzoek toe, omdat geen van de afwijzingsgronden zich heeft voorgedaan. Ook wordt de eenzijdige opzegging van de huurovereenkomst toegestaan, omdat de schuldenaar verkeert in een toestand waarin zij niet met het betalen van haar schulden kan voortgaan.