Overzicht

Rechtbank Rotterdam oordeelt vroegtijdig over de ongelijke behandeling van schuldeisers

Rechtbank Rotterdam oordeelt vroegtijdig over de ongelijke behandeling van schuldeisers

Tijdens een WHOA-traject wordt de rechter in principe pas in de homologatiefase betrokken. Echter kan het wenselijk zijn om het akkoord voorafgaand aan de stemming door de rechtbank te laten controleren. Bijvoorbeeld omdat er discussie bestaat over aspecten die van belang zijn voor de totstandkoming van het akkoord. Door vroegtijdige duidelijkheid te vragen aan de rechtbank kan voorkomen worden dat het akkoord in het zicht van de haven strandt. In deze zaak wordt de rechtbank verzocht om te beoordelen of de ongelijke behandeling van concurrente crediteuren een homologatie in de weg zou staan.

Lees hier de volledige uitspraak.

Meld u aan om de volledige video te bekijken!

Bekijk volledige video

Gelukt!

je wordt automatisch doorverwezen naar de video

Oeps! Er is iets misgegaan bij het versturen van dit formulier.

De situatie

De onderneming is actief in de glastuinbouw. De glastuinbouw is seizoensgebonden, waarbij in de periode eind maart tot begin november een gemiddelde omzet wordt gemaakt van € 7 miljoen. Terwijl in de maanden november tot maart alleen kosten worden gemaakt ter voorbereiding van de teelt.

Door meerdere redenen is de onderneming in financieel zwaar weer terecht gekomen waardoor een faillissement dreigt. Momenteel heeft de onderneming een gezekerde schuld van € 21.558.940 aan de Rabobank. Ook heeft de verzoekster een schuld aan concurrente schuldeisers van € 1.156.002, waarbij 12 november 2020 als cut-off-date gehanteerd. Dit houdt in dat de vorderingen van concurrente schuldeisers tot en met 12 november zijn bevroren. De cut-off-date wordt gehanteerd omdat in november voorbereiding worden getroffen voor het volgende teeltseizoen.

Om het dreigende faillissement af te wenden wil de onderneming een WHOA-akkoord sluiten met haar schuldeisers. In dit akkoord zijn de concurrente schuldeisers onderverdeeld in 2 klassen:  

  1. De concurrente schuldeisers met een vordering van voor de cut-off-date krijgen tegen finale kwijting 20,83% van hun vordering uitbetaald.
  2. De concurrente schuldeisers met een vordering van na de cut-off-date worden volledig betaald. De Rabobank stelt hiervoor een oogstkrediet van € 1,5 miljoen ter beschikking.

Wat is het verzoek?

De onderneming wil nu van de rechtbank weten of deze wijze van indeling door de beugel kan. Dit is voor de onderneming van groot belang, want als het niet door de beugel zou kunnen, dan kan het akkoord in het einde van het WHOA-traject – bij het homologatieverzoek – worden afgewezen door de rechtbank.

Stel dat een homologatieverzoek wordt afgewezen, dan mag de onderneming gedurende 3 jaar niet opnieuw een WHOA-traject starten. Genoeg reden dus om de rechtbank in deze zaak in en vroegtijdig stadium te betrekken.

Meer concreet wil de onderneming van de rechtbank weten:

  • Mag zij een cut-off-date hanteren?
  • Mag zij het oogstkrediet van € 1,5 miljoen, wat de Rabobank wil verstrekken, buiten het akkoord laten?

Deze ongelijke behandeling is volgens verzoekster noodzakelijk voor de voortzetting van de onderneming. Zonder verstrekking van het oogstkrediet kan de verzoekster immers niet meer voldoen aan haar verplichtingen richting haar leveranciers, waardoor de onderneming stil zou komen te vallen en de teelt van 2021 zou mislukken.  

Wat oordeelt de rechtbank?

De rechtbank is van oordeel dat voor ongelijke behandeling van de concurrente crediteuren een redelijke grond bestaat. Om de teelt van 2021 te laten slagen worden vanaf november 2020 forse kosten gemaakt. Als de onderneming niet in staat is om deze kosten te maken, kan de onderneming feitelijk niet worden voorgezet. Het betalen van de schuldeisers met een vordering na de cut-off-date is daarom essentieel voor de voortzetting van de bedrijfsvoering. En deze vorderingen kunnen alleen worden betaald door middel van het te verstrekken oogstkrediet. Het oogstkrediet is dus ook essentieel voor de bedrijfsvoering.

Met andere woorden, de rechtbank bepaalt dat de concurrente schuldeisers met een vordering van voor de cut-off-date door de ongelijke behandeling niet in hun belangen worden geschaad.Door de ongelijke behandeling kan de onderneming worden voortgezet, waardoor een hogere opbrengst kan worden gerealiseerd voor iedere schuldeiser.

Conclusie

Een schuldenaar kan ervoor kiezen om bepaalde schuldeisers buiten het akkoord te laten. Deze schuldeisers krijgen dan volledig uitbetaald.

Ook kan de onderneming schuldeisers met – in principe – gelijke (juridische) rechten, in verschillende klassen indelen en hun dus een verschillend akkoord aanbieden. We leren uit deze uitspraak dat zo’n ongelijke behandeling van schuldeisers toegestaan is indien:

  1. De minder bedeelde klasse van schuldeisers instemt met het voorstel.
  2. Er bestaat een redelijke grond voor ongelijke behandeling.

Als aan 1 van deze 2 vereisten is voldaan, dan mag de onderneming de schuldeisers ongelijk behandelen.

De strategie van de ondernemer in deze kwestie was om in een vroeg stadium duidelijkheid te verkrijgen over de vraag of de door hem gemaakte klassenindeling geoorloofd was. Zo’n tussentijdse beslissing van de rechtbank is (in principe) bindend. En zo’n beslissing helpt doordat het onzekere drempels in de onderhandelingen wegneemt.