Overzicht

De WHOA als laatste strohalm om faillissement te voorkomen?

De WHOA als laatste strohalm om faillissement te voorkomen?

Hof Filmprodukties B.V. is door de rechtbank failliet verklaard op 19 maart 2021. Hof Filmrodukties komt daartegen in beroep en vraagt het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: gerechtshof) om het faillissementsverzoek alsnog af te wijzen, met een beroep op de WHOA.

Lees hier de volledige uitspraak.
Wat zijn de feiten?

De Europese Unie heeft een vordering van € 638.000 op Hof Filmprodukties. Deze vordering ziet op een invorderingsbesluit dat Hof Filmprodukties op 1 juli 2011 van de Europese Unie heeft ontvangen. De Europese Unie heeft vervolgens het faillissement van Hof Filmprodukties aangevraagd. De rechtbank heeft Hof Filmprodukties failliet verklaard, omdat zij heeft aangenomen dat Hof Filmprodukties is gestopt met het betalen van haar schuldeisers.

Nu komt Hof Filmprodukties daarvan in hoger beroep. Zij zegt dat zij zomaar failliet is verklaard, terwijl zij nog een beroep had willen doen op de WHOA. Zij stelt dat zij alsnog aanspraak wil maken op de WHOA, waarbij zij dus een akkoord wil aanbieden aan haar schuldeisers.

Wat oordeelt het gerechtshof?

Het gerechtshof oordeelt dat een faillietverklaring kan worden uitgesproken als voldaan is aan twee vereisten:

  1. Het is ‘summierlijk’ gebleken dat de schuldenaar is gestopt met het betalen van haar schuldeisers
  2. Er moet sprake zijn van meerdere schuldeisers (pluraliteitsvereiste)

Het gerechtshof gaat eerst in op het argument van Hof Filmprodukties dat zij nog een beroep had willen doen op de WHOA, en dat daarom het faillissement vernietigd moet worden. Volgens het gerechtshof staat het vast dat Hof Filmprodukties voldoende tijd en gelegenheid heeft gehad om een oplossing te zoeken voor de schuld aan de Europese Unie. Deze schuld is immers al in juli 2011 ontstaan. Desondanks heeft Hof Filmprodukties niets op die schuld afbetaald, aldus het gerechtshof. Ook blijkt niet uit de stukken dat Hof Filmproducties zich bereid heeft getoond over de betaling van de schuld in overleg te treden met de Europese Unie, terwijl de Europese Unie wel steeds op betaling heeft aangedrongen.

Al met al volgt volgens het gerechtshof uit de stukken niet dat Hof Filmprodukties constructieve pogingen heeft ondernomen om samen met haar schuldeisers tot een oplossing te komen om een haalbaar en doordacht akkoord te bereiken. Het gerechtshof volgt Hof Filmprodukties daarom niet in haar stelling dat zij succesvol gebruik had kunnen maken van een reorganisatie-akkoord op basis van de WHOA.

Het gerechtshof oordeelt dat aan de vereisten voor een faillietverklaring is voldaan. Daarmee faalt het hoger beroep van Hof Filmprodukties, en blijft het vonnis van de rechtbank waarin zij failliet is verklaard in stand.

Conclusie

Op zichzelf is het uitgangspunt dat een beroep op de WHOA voor gaat op een verzoek tot faillietverklaring. Een faillissement kan met een beroep op de WHOA soms worden afgewend. Meer daarover leest u in onze blog over de samenloop met faillissement.

In een geval als in deze uitspraak zijn er echter geen reële pogingen gedaan om tot een regeling met schuldeisers te komen in de jaren voorafgaand aan het faillissement. Het is daarom niet aannemelijk geworden dat Hof Filmprodukties succesvol gebruik had kunnen maken van de WHOA. Een beroep op de WHOA als laatste strohalm gaat dan ook niet op.