Overzicht

Privéschulden onder de WHOA?

Privéschulden onder de WHOA?

De Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) is in het leven geroepen om ondernemingen waar faillissement dreigt, maar wel levensvatbare bedrijfsactiviteit bevat, te helpen. De wet biedt ook mogelijkheden voor gecontroleerde afwikkeling van bedrijven zonder overlevingskansen. Maar wat nu als je als ondernemer privéschulden hebt, en je privévermogen verwikkeld zit in de onderneming? Kan je dan gebruik maken van de WHOA?

Klik hier voor de volledige uitspraak.
De feiten

De ondernemer in kwestie heeft een eenmanszaak. Hij richt zich op de bereiding en bezorging van maaltijden. Hij bereidt de maaltijden in de keuken van een hotelpand waarin hij voorheen een hotel/partycentrum exploiteerde. Het hotelpand is privé-eigendom van de ondernemer en zijn echtgenote. Voorheen exploiteerde deze ondernemer in dit pand een hotel/partycentrum maar dit bedrijf is in april 2021 (op eigen verzoek) failliet verklaard.

De ondernemer verklaart ter zitting dat de eenmanszaak winstgevend is en heeft plannen om het hotelpand te verbouwen tot een woon-zorgcentrum. Dit zal dan ook leiden tot een aanzienlijke omzetgroei van de eenmanszaak, stelt hij. Het vermogen van de onderneming is verweven met zijn privévermogen. Naast het hotelpand, heeft de ondernemer ook diverse andere onroerende zaken in zijn bezit.

Het hotelpand en de onroerende goederen dienen als onderpand van diverse hypothecaire leningen die door de ondernemer (al dan niet samen met zijn echtgenote) privé zijn aangegaan. Verschillende schuldeisers hebben (executoriale) beslagen gelegd op de panden en dreigen over te gaan tot het uitwinnen van hun hypotheekrechten. Er staat zelfs al een executieveiling gepland voor het hotelpand. Eén van de schuldeisers heeft aangekondigd een faillissementsaanvraag in te dienen.

De ondernemer is bezig met het herfinancieren van de onroerende zaken en verwacht dit binnen enkele maanden rond te hebben. Met deze herfinanciering zullen de huidige hypotheekhouders volledig voldaan worden. Om te voorkomen dat het hotelpand wordt verkocht, en de ondernemer de keuken voor zijn eenmanszaak kwijtraakt, is een afkoelingsperiode van vier maanden verzocht onder de WHOA.  De afkoelingsperiode is nodig om de ondernemer de ruimte te bieden de herfinanciering rond te krijgen

De procedure

In november 2021 is een startverklaring (zoals bedoeld in art. 370 lid 3 Faillissementswet) ingediend en in december 2021 is een verzoek tot een afkoelingsperiode van vier maanden ingediend. De ondernemer heeft gekozen voor een besloten akkoordprocedure buiten faillissement. De schuldeisers hebben als belanghebbende hun zienswijze ingediend over het verzoek. Vier van hen concluderen tot een afwijzing van het verzoek omdat de (privé-)schulden geen verband houden met de onderneming.

De rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de WHOA zich primair richt op onderneming die vanwege financiële problemen dreigen failliet te gaan, maar nog wel beschikken over levensvatbare bedrijfsactiviteiten. Verder biedt de WHOA mogelijkheden voor ondernemingen die geen overlevingskansen meer hebben, om de onderneming gecontroleerd af te wikkelen door middel van een akkoord buiten faillissement.

De rechtbank concludeert dat het verzoek en het eventueel aan te bieden akkoord geen betrekking heeft op de betalingsproblemen van de onderneming, maar op het herstructureren van de privéschulden van de ondernemer (en zijn echtgenote).

Het feit dat het privévermogen verweven is met die van de onderneming en dus de onderneming mogelijk afhankelijk is van het privévermogen van de ondernemer biedt volgens de rechtbank niet genoeg aanknopingspunten om alsnog een WHOA-traject te kunnen doorlopen. Daarbij heeft de ondernemer verklaard dat de onderneming winstgevend is en dus niet failliet dreigt te gaan. Hierdoor is niet voldaan aan een vereiste van de WHOA, aangezien de WHOA niet bedoeld is om privéschulden van ondernemers te herstructureren. Het feit dat de onderneming afhankelijk is van de keuken van het hotelpand biedt volgens de rechtbank ook niet genoeg redenen om alsnog een WHOA-traject toe te staan. Het staat volgens de rechtbank de ondernemer vrij om een andere keuken te huren voor de exploitatie van het bedrijf. Het is niet gebleken dat de ondernemer dit heeft onderzocht, noch dat het niet mogelijk is.

De rechtbank verklaart de ondernemer niet-ontvankelijk in zijn verzoek om een afkoelingsperiode. Dat betekent dat de rechtbank het verzoek niet inhoudelijk zal beoordelen, aangezien de ondernemer niet in aanmerking komt voor een WHOA-procedure.

Conclusie

In geval van financiële problemen van het privévermogen is niet mogelijk om een beroep te doen op de WHOA. Ook niet wanneer het privévermogen en het zakelijke vermogen verweven zijn en de onderneming mogelijk afhankelijk is van het privévermogen.