Overzicht

Het belang van de informatievoorziening aan schuldeisers

Het belang van de informatievoorziening aan schuldeisers

De rechter heeft de mogelijkheid om ambtshalve voorzieningen te treffen (dat wil zeggen zonder dat een partij dit heeft verzocht) om de belangen van schuldeisers of aandeelhouders te waarborgen. In deze zaak is de rechtbank voornemens om ambtshalve een voorziening te treffen, namelijk het aanstellen van een observator. Een observator dient toezicht te houden op de totstandkoming van een akkoord met de schuldeisers en dient de belangen van de gezamenlijke schuldeisers in acht te nemen.

Lees de volledige uitspraak hier.
Wat zijn de feiten?

Verzoekster, een besloten vennootschap, heeft op 8 januari 2021 een startverklaring bij de rechtbank gedeponeerd. Daarnaast heeft zij de rechtbank verzocht een afkoelingsperiode voor de duur van twee maanden af te kondigen. De rechtbank heeft dit laatste verzoek toegewezen en een afkoelingsperiode voor de duur van twee maanden aangekondigd, ingaande vanaf 21 januari 2021. Daarbij heeft de rechtbank bepaald dat verzoekster de rechtbank op uiterlijk 21 februari 2021 informeert over de voortgang van de akkoordprocedure. Uit die voortgang moet ten minste blijken welke acties verzoekster heeft ondernomen om tot een akkoord met haar schuldeisers te komen, in hoeverre is voldaan aan de vereisten die de wet stelt aan het indienen van een akkoord en wanneer een akkoord aan de schuldeisers zal worden voorgelegd.

Verzoekster heeft op 23 februari 2021 nadere stukken en informatie bij de rechtbank ingediend. Uit de door verzoekster ingediende informatie blijkt dat alle aandelen van verzoekster worden gehouden door bedrijf 2 B.V. Bedrijf 2 B.V. houdt ook alle aandelen in bedrijf 3 B.V.

Verder blijkt uit de stukken dat verzoekster haar schuldeisers een conceptaanbod met bijlagen heeft voorgelegd. Uit dit conceptaanbod volgt dat bedrijf 3 B.V. voor het akkoord een bedrag van € 75.000 ter beschikking heeft gesteld. Het bedrag moet beschikbaar komen uit de bedrijfsresultaten van bedrijf 3 B.V.

Uit de bijlagen bij het conceptaanbod blijkt onder meer dat de activiteiten van verzoekster in 2020 nagenoeg volledig zijn afgebouwd, terwijl de activiteiten van bedrijf 3 B.V. werden uitgebreid. Het totale actief van verzoekster daalde fors, alsook de omzet, terwijl het totale actief en de omzet van bedrijf 3 B.V. fors stegen.

Verder blijkt dat de reorganisatie niet alleen gevolgen heeft voor verzoekster, maar ook voor haar directe aandeelhouder (bedrijf 2 B.V.), haar indirecte aandeelhouder en bestuurder en voor bedrijf 3 B.V.

Wat oordeelt de rechtbank?

Voor schuldeisers tijdens een akkoordprocedure is het van belang dat de zij beschikken over volledige en transparante informatie over de financiële gevolgen die het akkoord voor hen heeft. Het akkoord moet daarom alle informatie bevatten die de schuldeisers en aandeelhouders nodig hebben om zich vóór het plaatsvinden van de stemming over het akkoord een geïnformeerd oordeel te kunnen vormen over het akkoord. Schuldeisers moeten daarom bijvoorbeeld informatie krijgen over de waarde die naar verwachting gerealiseerd kan worden als het akkoord tot stand komt (reorganisatiewaarde) en de opbrengst die naar verwachting gerealiseerd kan worden bij een vereffening van het vermogen in faillissement.

De rechtbank oordeelt dat de informatie in het conceptaanbod beperkt is tot informatie over de waarde van de activa van verzoekster per eind 2020. Informatie over de reorganisatie van het overbrengen van activiteiten naar bedrijf 3 B.V. wordt niet gegeven. De gegeven informatie lijkt daarom niet voldoende.

Daarnaast heeft verzoekster aan schuldeisers geen inzicht gegeven in de financiële gevolgen van de reorganisatie voor de aandeelhouders, bedrijf 2 B.V. en haar uiteindelijke belanghebbende.

De rechtbank benadrukt dat het aan de schuldeisers is om de gegeven informatie te beoordelen. Als zij menen dat de informatie te beperkt is, kunnen zij tegen het akkoord stemmen. In dit geval oordeelt de rechtbank echter dat het maar de vraag is of schuldeisers op basis van de beperkte informatie die zij hebben ontvangen, zich voldoende een oordeel kunnen vormen over het aanbod. Zij kunnen hierdoor in hun belangen worden geschaad.

Daar komt bij dat de rechtbank in het kader van een eventueel verzoek tot homologatie van het akkoord ambtshalve zal moeten toetsen of aan de informatieverplichting in het kader van de aanbieding van het akkoord is voldaan. Ook de rechtbank heeft op dit moment onvoldoende informatie om die toets te kunnen uitvoeren.

De rechtbank acht het daardoor nodig een observator aan te stellen. Een observator dient toezicht te houden op de totstandkoming van het akkoord en hoort daarbij oog te hebben voor de belangen van de gezamenlijke schuldeisers.

Conclusie

In deze uitspraak staat het belang van de informatievoorziening aan schuldeisers (en aandeelhouders) centraal. Verzoekster heeft onvoldoende informatie aan de schuldeisers verstrekt om een geïnformeerd oordeel te kunnen vormen over het akkoord. De rechtbank acht het daarom nodig een observator te benoemen die toezicht houdt op de totstandkoming van het akkoord met oog voor de belangen van de gezamenlijke schuldeisers.